17/02/2026

Coalitieakkoord 2026: dit betekent het écht voor de flexbranche

Het coalitieakkoord 2026 bevat veel aanpassingen voor de flexbranche die gericht zijn op een actiever arbeidsmarktbeleid. In nieuwsberichten lees je vooral over een kortere WW of meer duidelijkheid rond zzp’ers. Maar wie het akkoord leest, ziet dat de impact voor de flexbranche breder is.

Het akkoord bevat een breed pakket aan maatregelen dat de komende jaren invloed heeft op hoe risico’s worden verdeeld, hoe arbeidsrelaties worden beoordeeld en hoeveel verantwoordelijkheid bij werkgevers komt te liggen. Voor uitzend- en detacheringsbureaus is dit dus geen randnieuws. Het raakt de kern van hun bedrijfsvoering. Hieronder zetten we uiteen wat er precies verandert door het coalitieakkoord 2026 en wat dat betekent voor intermediairs.

Dit artikel is gecontroleerd door Rene de Haas, expert op het gebied van wetgeving.

1. De activerende arbeidsmarkt: WW en transitievergoeding op de schop

Een veelbesproken onderdeel is het voorstel om de WW te hervormen. Het voorstel beschrijft een iets hogere uitkering in de eerste maanden, maar de totale duur wordt verkort van twee naar één jaar. Het doel is: sneller terug naar werk.

Dat past binnen een bredere beweging. Ook de transitievergoeding wordt anders ingericht. Die moet bijdragen aan de overstap van werk naar werk. Werkgevers die tijdig investeren in scholing of zich maximaal inzetten voor re-integratie krijgen lagere of zelfs geen verplichtingen rond de nieuwe transitievergoeding. De vergoeding is gekoppeld aan de infrastructuur voor Leven Lang Ontwikkelen.

Daar staat tegenover dat de compensatie van de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft. Dat is een concrete financiële wijziging die voor werkgevers direct voelbaar kan zijn.

Voor de flexbranche betekent dit dat begeleiding en inzetbaarheid nog centraler komen te staan.

2. Zelfstandigen en arbeidsrelaties: invoering rechtsvermoeden

Op het gebied van zzp en arbeidsrelaties kiest het kabinet voor meer duidelijkheid en strakkere kaders. De conceptwet Vbar wordt opgesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap wordt ingevoerd, samen met sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie. Daarna volgt een verdere invoering van de Zelfstandigenwet.

  • Dat betekent dat in bepaalde situaties sneller wordt aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast verschuift daarmee deels.
  • Daarnaast wordt de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voortgezet, met een opt-out mogelijkheid voor private verzekering.

Werk je met zelfstandigen, dan verandert er dus best wat. De juridische beoordeling van arbeidsrelaties krijgt een stevigere basis. Dat vraagt om zorgvuldige contracten en een duidelijke onderbouwing per plaatsing.

3. Ziekte, WIA en loondoorbetaling: fundamentele herziening

Een minder belicht maar relevant onderdeel van het coalitieakkoord is de hervorming van het stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid.

  • De loondoorbetaling bij ziekte wordt werkbaarder gemaakt voor werkgevers. De bureaucratische verplichtingen uit de Wet verbetering poortwachter worden verminderd. Het doel is minder administratieve last en snellere re-integratie.
  • Daarnaast wordt gewerkt aan een fundamentele herziening van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. De IVA wordt voor nieuwe gevallen afgeschaft om het systeem uitvoerbaar te houden. Er komen meer voorwaarden bij WIA-herbeoordelingen en er wordt sterker ingezet op preventie en samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsartsen.

Voor de flexbranche raakt dit direct aan verzuimrisico, premieopbouw en eigenrisicodragerschap. Het stelsel wordt activerender en strakker ingericht. Dat heeft gevolgen voor kosten en verantwoordelijkheden.

4. Arbeidsmigratie: strengere verantwoordelijkheid voor werkgevers

Arbeidsmigratie krijgt een duidelijke plaats in het akkoord. De adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies ‘Arbeidsmigratie naar waarde’ worden uitgevoerd. Dat betekent dat malafide uitleners worden geweerd en dat misstanden rond onderbetaling en huisvesting harder worden aangepakt.

  • Werkgevers worden nadrukkelijk betrokken bij de registratie van arbeidsmigranten. Daarnaast komt er meer verantwoordelijkheid voor goede huisvesting. Er moet een einde komen aan situaties waarin een arbeidsmigrant zijn woonruimte verliest zodra het werk stopt.
  • Als laatste redmiddel worden zelfs uitzendverboden genoemd voor sectoren waar hardnekkige misstanden blijven bestaan.
  • Tegelijk start een pilot om gericht en tijdelijk goed geschoolde krachten aan te trekken onder strenge voorwaarden.

Voor uitzendbureaus betekent dit dat arbeidsmigratie nadrukkelijk wordt gekoppeld aan toezicht, registratie en maatschappelijke randvoorwaarden. 

5. Minder externe inhuur bij de overheid

Het kabinet wil specialistische kennis vaker in vaste dienst brengen bij de overheid. Externe inhuur blijft mogelijk, maar wordt kritischer beoordeeld op noodzaak en duur.

Voor bureaus met een grote afhankelijkheid van het publieke domein kan dit invloed hebben op volumes en contractvormen. Tegelijkertijd blijft tijdelijke expertise nodig in specifieke situaties. De nadruk komt te liggen op aantoonbare meerwaarde.

6. Structurele stelselwijzigingen die de flexmarkt raken

Naast deze directe arbeidsmarktmaatregelen bevat het akkoord bredere hervormingen.

  • Er komt een fundamentele herziening van het sociale zekerheidsstelsel, met als uitgangspunt eenvoud, uitvoerbaarheid en het idee dat werken moet lonen. Een eenvoudiger toeslagenstelsel en meer inkomensafhankelijke regelingen zijn het plan.
  • Het concurrentiebeding wordt gemoderniseerd, zodat werknemers meer ruimte krijgen om van baan te wisselen. 
  • Cao’s blijven een belangrijke pijler, maar gemoderniseerd en zonder onnodige regeldruk.
  • De AOW-leeftijd is vanaf 2033 direct gekoppeld aan de levensverwachting.
  • Ook wordt de fiscale subsidiëring van aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens verminderd.

Los van elkaar lijken dit technische aanpassingen. Samen laten ze zien dat het stelsel eenvoudiger en actiever moet worden ingericht, met minder ruimte voor uitzonderingen en meer nadruk op werk en inzetbaarheid.

Wat betekent dit samen voor de flexbranche?

Het coalitieakkoord 2026 bevat geen radicale breuk, maar het stapelt wel maatregelen die samen de speelruimte veranderen.

  • De WW wordt korter;
  • de transitievergoeding wordt doelgerichter;
  • strengere beoordeling van zzp-relaties;
  • hervorming van ziekte en arbeidsongeschiktheid;
  • arbeidsmigratie krijgt strengere randvoorwaarden;
  • de overheid beperkt externe inhuur.

De rode lijn is duidelijk: meer activering, meer duidelijkheid en meer verantwoordelijkheid bij werkgevers. Voor uitzend- en detacheringsbureaus betekent dit dat zorgvuldige organisatie, heldere contracten en grip op risico’s belangrijker worden. Niet omdat flexibiliteit verdwijnt, maar omdat flexibiliteit binnen duidelijke kaders wordt geplaatst.

Veelgestelde vragen Coalitieakkoord 2026 flexbranche

Wat verandert het coalitieakkoord 2026 voor uitzendbureaus?

De WW wordt verkort naar één jaar, de transitievergoeding wordt gekoppeld aan werk-naar-werk en scholing, er komt een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zelfstandigen en het stelsel rond ziekte en arbeidsongeschiktheid wordt hervormd. Ook arbeidsmigratie krijgt strengere randvoorwaarden.

Komt er echt een rechtsvermoeden van werknemerschap?

Ja. Het kabinet voert het rechtsvermoeden uit de Vbar in, samen met sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie, als onderdeel van de gefaseerde invoering van de Zelfstandigenwet.

Kan er een uitzendverbod komen in bepaalde sectoren?

Het akkoord noemt uitzendverboden als mogelijke maatregel in sectoren waar hardnekkige misstanden met tijdelijke, laagbetaalde arbeidsmigranten blijven bestaan.

Wordt de loondoorbetaling bij ziekte aangepast?

Ja. Het kabinet wil de loondoorbetaling werkbaarder maken voor werkgevers en tegelijkertijd het arbeidsongeschiktheidsstelsel fundamenteel herzien.

Deel artikel
Auteur
Sanne de Ruijter
Sanne is een doorgewinterde marketeer met een passie voor duidelijke taal. Of het nu gaat om een ingewikkeld wetsvoorstel of een strategisch marketingplan: Sanne vertaalt het naar begrijpelijke en aansprekende content. Dankzij haar brede ervaring in uiteenlopende branches weet ze precies welke boodschap blijft hangen én aanzet tot actie. Bij Flexhub richt ze zich op het versterken van de naamsbekendheid én het imago van Flexhub onder prospects en klanten. Haar kracht? Creativiteit koppelen aan inhoud, zonder de doelgroep uit het oog te verliezen. Meer weten over Sanne? Bekijk haar LinkedIn-profiel.

LinkedIn-icon

Auteur

Expert
René de Haas
Onze business innovation manager René is een pietje precies en houdt van structuur en duidelijkheid. Hij houdt nauwlettend de markt in de gaten, van ontwikkelingen in de salarisadministratie tot veranderingen op het gebied van wet- en regelgeving. Zijn nieuwsgierigheid en analytische geest zorgen ervoor dat hij altijd op de hoogte is van de laatste trends en innovaties in de branche. René gaat echter nog een stap verder. Hij is voortdurend op zoek naar nieuwe kansen en mogelijkheden om de dienstverlening van Flexhub te verbeteren en te innoveren. Hij is de drijvende kracht achter het implementeren van nieuwe processen die onze klanten en medewerkers ten goede komen. Bekijk voor meer informatie het LinkedIn profiel van René.

LinkedIn-icon

Expert
Download nu!

ALLES OVER GELIJKWAARDIG BELONEN

Ontdek alles over de belangrijkste verandering in de Uitzendcao 2026.
DOWNLOAD WHITEPAPER
close-link
Hé, kan ik je ergens mee helpen?